Internationaal vestigingsklimaat in Nederland is uitstekend

Eisen aan vesting van holding, royalty en financieringsvennootschappen 

Nederland loopt internationaal niet uit de pas met de wijze waarop de substance van bedrijven bij de toepassing van belastingverdragen wordt betrokken. Nederland is en blijft aantrekkelijk als vestigingsplaats.


Samenvatting

De Tweede Kamer verzocht de regering de vestigingseisen (substance-eisen) van holding, royalty en financieringsvennootschappen tegen het licht te houden en de naleving van de substance-eisen tegen het licht te houden en de Tweede Kamer hierover te informeren.

De motie suggereert dat onder de Nederlandse substance-eisen ongewenst gebruik van belastingverdragen mogelijk is en dat dit ten koste zou gaan van de inkomsten van ontwikkelingslanden. Nederland heeft niet met veel ontwikkelingslanden een belastingverdrag gesloten. In verdragen met ontwikkelingslanden is Nederland bovendien, eerder dan in verdragen met andere landen, bereid in te stemmen met bronheffingen door de verdragspartner. Er is daarom geen reden zorgen te hebben over het uithollen van de belastinggrondslag van ontwikkelingslanden door gebruik van Nederlandse belastingverdragen.

De bijlage bij de kamerbrief beschrijft de substance-eisen en de gevolgen voor een belastingplichtige als hij niet aan die eisen voldoet. Het memo gaat ook in op de wijze waarop de belastingdienst op de naleving van deze eisen toeziet. Kort is beschreven hoe een aantal andere relevante landen met substance-eisen omgaat. Het beeld dat hieruit naar voren komt is dat Nederland met zijn regelgeving niet uit de pas loopt bij wat internationaal gebruikelijk is en bij wat op grond van een verdragstoepassing te goeder trouw van Nederland verwacht mag worden. Sterker, het IBFD heeft de Nederlandse substance-eisen vergeleken met die van België, Denemarken, Duitsland, Frankrijk, Ierland, Luxemburg, Oostenrijk, Spanje, Zweden en Zwitserland en concludeert dat Nederland als enige land "fiscale" eisen aan de vestiging / substance stelt. 

Nederland zoekt bij het maken van fiscaal beleid naar een balans tussen enerzijds de wil een fiscaal aantrekkelijk vestigingsklimaat te behouden en anderzijds het belang van een fiscaal onkreukbaar imago. De instrumenten die de regering bij het versterken van het vestigingsklimaat ter beschikking staan zijn niet alleen de belastingverdragen, maar ook het nationale recht. In dat kader zijn de deelnemingsvrijstelling, de afwezigheid van bronbelasting op uitgaande rente en royalty en de benaderbaarheid van de belastingdienst aantrekkelijke kanten van ons land. Daarnaast staat Nederland bekend als aantrekkelijk land om bedrijven te vestigen vanwege de beschikbaarheid van hoog opgeleide werknemers, de bereikbaarheid, de afwezigheid van sociale onrust en veel andere niet-fiscale aspecten.

De meeste bedrijven die er voor kiezen zich in Nederland te vestigen zullen dat doen vanwege een combinatie van fiscale en, vooral, niet-fiscale afwegingen. Dat in het kielzog daarvan ook een aantal belastingplichtigen zich in Nederland vestigt uitsluitend op grond van fiscale overwegingen is onvermijdelijk maar op zich zelf niet zorgwekkend. Bij die beoordeling van die gevallen is het van belang te beseffen dat het recht om belasting te heffen over de winst van een onderneming altijd blijft bij het land waarin die onderneming is gevestigd. Door de werking van het internationaal aanvaarde arm’s length beginsel op binnen een concern gehanteerde verrekenprijzen (transfer pricing) wordt bovendien gewaarborgd dat die winst niet kunstmatig in een ander land, of in het geheel niet, wordt verantwoord.

Door het Nederlandse belastingsysteem en door de Nederlandse belastingverdragen kan het aantrekkelijk zijn daarbij gebruik te maken van een in Nederland gevestigde vennootschap. Dat er dan door het concern en de investeerders in totaal minder belasting wordt betaald dan bij gebruik van een andere structuur (zonder Nederlandse vennootschap) wil nog niet zeggen dat zo’n structuur in strijd komt met de bedoeling van het verdrag of dat sprake is van misbruik. Mede met de bedoeling het vestigingsklimaat in Nederland aantrekkelijker te maken zijn immers die verdragen afgesloten en aangenomen mag worden dat ook onze verdragspartners baat hebben bij een verdrag met Nederland waarin een verlaagd tarief voor zijn bronbelasting is opgenomen.

Klik op bron voor de kamerbrief met bijlage.

Bron: Kamerbrief inzake Uitvoering substance motie Braakhuis en Groot, 25 juni 2012

Belang voor de praktijk?

Nederland stelt als enige land "fiscale" eisen aan de vestiging / substance. In de praktijk betekent dit, dat als de Nederlandse belastingdienst een woonplaatsverklaring afgeeft het buitenland erop kan vertrouwen dat de vennootschap ook echt in Nederland is gevestigd. 

Verder is het goed dat Nederland aantrekkelijk blijft voor de vestiging van bedrijven. Bedrijven kiezen voor Nederland niet alleen om de belastingverdragen, de deelnemingsvrijstelling, de afwezigheid van bronbelasting op uitgaande rente en royalty en de benaderbaarheid van de belastingdienst, maar ook vanwege de beschikbaarheid van hoog opgeleide werknemers, de bereikbaarheid, de afwezigheid van sociale onrust en veel andere niet-fiscale aspecten.