social

social

social

social

social

Schiphol Amsterdam Airport
Schiphol Boulevard 185
1118 BG Schiphol
T +31 (0) 20 3080 580

Den Haag
Park de Wervelaan 13
2283 TN Rijswijk
T +31 (0) 70 2156 300

E info@blueclue.nl

Laatste Nieuws

€ 2.500 subsidie op internationaal belastingadvies

25-10-2016 – Ondernemingen die internationaal willen gaan ondernemen of hun positie op een buitenlandse markt willen verbeteren, … Lees verder...

Uitleg regeling belastingrente

22-06-2017 – De staatssecretaris van Financiën heeft Kamervragen over de belastingrente beantwoord. Door het systeem van vergoeden en … Lees verder...

Kamervragen verplichte hypotheekrenteaftrek

22-06-2017 – De staatssecretaris van Financiën heeft Kamervragen over de verplichte hypotheekrenteaftrek beantwoord. De … Lees verder...


Brochures

 

Prinsjesdagspecial Belastingplan 2016

Wij hebben voor u een uitgebreid memorandum geschreven over de maatregelen die het Kabinet in de diverse wetsvoorstellen aankondigt.

In deze Prinsjesdagspecial staan de belangrijkste voorstellen uit het Belastingplan 2016 voor u op rij.

De tekst is verdeeld in de volgende onderwerpen:

  • maatregelen voor ondernemingen
  • maatregelen voor de werkgever
  • maatregelen voor de auto
  • maatregelen voor de eigen woning
  • maatregelen voor fiscaal procesrecht
  • maatregelen voor financiële planning
  • overige maatregelen.

Klik op titel van brochure om het te downloaden.

 

Inhoudsopgaaf

1    Inleiding......................................................................................... 5

2    Maatregelen voor ondernemingen..................................................... 6

2.1    Nieuwe tarieven inkomstenbelasting.......................................................................... 6

2.2    Minder geneesmiddelen onder 6% btw...................................................................... 6

2.3    Onderzoek vrijgesteld van Vpb.................................................................................. 6

2.4    Documentatieverplichting multinationals.................................................................... 7

2.5    Step-up bij juridische fusie over de grens.................................................................. 7

2.6    Vergoeding dochter belast bij moeder........................................................................ 7

2.7    Beperking deelnemingsverrekening........................................................................... 7

2.8    Vaker substance-toets buitenlands ab....................................................................... 8

2.9    Coöperatie houdt dividendbelasting in....................................................................... 8

2.10    Implementatie standaardrapportage........................................................................ 8

2.11    Overheid kan Vpb niet met cv ontlopen................................................................... 9

2.12    Onbelaste fusie overheidslichamen........................................................................ 9

2.13    21% btw over kweekvloeistof paddo’s.................................................................... 9

3    MAATREGELEN VOOR DE WERKGEVER....................................... 10

3.1    Integratie RDA en S&O............................................................................................ 10

3.2    Inkomensafhankelijke opbouw arbeidskorting......................................................... 10

3.3    Aanscherping gebruikelijkheidscriterium.................................................................. 10

3.4    Omvorming bestaande premiekortingen specifieke werknemers............................. 11

4    MAATREGELEN VOOR DE AUTO.................................................. 12

4.1    Einde optie jaar-mrb ineens te betalen..................................................................... 12

4.2    Minder opcenten voor buitenlander........................................................................... 12

5    MAATREGELEN VOOR DE EIGEN WONING.................................... 13

5.1    Vereenvoudiging informatieplicht eigenwoningschuld.............................................. 13

5.2    Aflossingseis wordt verzacht.................................................................................... 13

5.3    Wijziging vrijstelling polis eigen woning I.................................................................. 13

5.4    Wijziging vrijstelling polis eigen woning II................................................................. 13

5.5    Rekening houden met tegengestelde belangen WOZ waarde................................. 13

6    MAATREGELEN VOOR FINANCIËLE PLANNING............................ 14

6.1    Conserverende aanslag bij emigratie blijft onbeperkt openstaan............................. 14

6.2    Stiefkind jonger dan 27 jaar kwalificeert niet als partner........................................... 14

6.3    Nog een uitzondering op partnerbegrip..................................................................... 14

6.4    Erfpachtleaseconstructie wordt minder aantrekkelijk................................................ 15

6.5    Afkoop lijfrente zonder toepassing minimumwaarderingsregel................................. 15

6.6    Uitgaven buitenlandse monumentenpanden aftrekbaar............................................ 15

6.7    Tot € 100.000 belastingvrij schenken voor de eigen woning.................................... 15

6.8    Kinderalimentatieverplichting uitgezonderd van box 3.............................................. 16

6.9    Vanaf 2017 nieuwe heffingssystematiek in  box 3..................................................... 16

6.10    Raming forfaitaire rendement in 2017..................................................................... 16

6.11    Heffingvrije vermogen stijgt naar € 25.000............................................................. 17

7    MAATREGELEN VOOR FISCAAL PROCESRECHT......................... 18

7.1    Vereenvoudiging massaal bezwaar.......................................................................... 18

7.2    Prejudiciële vraag..................................................................................................... 18

7.3    Experimenten............................................................................................................ 18

7.4    Schorsende werking hoger beroep bij toeslagen...................................................... 18

7.5    Lijfsdwang................................................................................................................. 19

7.6    Aanscherping disculpatiemogelijkheid....................................................................... 19

8    OVERIGE MAATREGELEN............................................................ 20

8.1    Fictie exportregeling afvalstoffenbelasting................................................................ 20

8.2    Verlaging tarief energiebelasting............................................................................... 20

8.3    Teruggaafregeling voor aardgas............................................................................... 20

8.4    Verhoging verbruiksbelasting alcoholvrij................................................................... 20

8.5    Herintroductie vrijstelling kolenbelasting................................................................... 21

8.6    Vrijstelling uitkeringen artikel 2-fonds........................................................................ 21

 

 

1        Inleiding

 

In deze Prinsjesdagspecial staan de belangrijkste voorstellen uit het Belastingplan 2016 en aanvullende wetsvoorstellen voor u op rij. De special is verdeeld in de volgende onderwerpen:

-                 maatregelen voor ondernemingen;

-                 maatregelen voor de werkgever;

-                 maatregelen voor de auto;

-                 maatregelen voor de eigen woning;

-                 maatregelen voor financiële planning;

-                 maatregelen voor fiscaal procesrecht;

-                 overige maatregelen.

De voorgestelde maatregelen zullen per 1 januari 2016 in werking treden, tenzij anders vermeld.

Voor vragen en opmerkingen kunt u contact met ons opnemen door te bellen naar 020-3080580 of ons een email te sturen naar This email address is being protected from spambots. You need JavaScript enabled to view it..

 

2        Maatregelen voor ondernemingen

2.1  Nieuwe tarieven inkomstenbelasting

Voor belastingplichtigen die zijn geboren op 1 januari 1946 of later gelden hoogstwaarschijnlijk de volgende tarieven in box 1 van de inkomstenbelasting:

Tarief inkomstenbelasting / premies volksverzekeringen 2016 

Tarief inkomstenbelasting / premies volksverzekeringen 2016

 

Bel.ink.

meer dan (€)

maar niet meer dan (€)

Tarief 2016 (%)

1e schijf

-

19.922

36,55

2e schijf

19.922

33.715

40,15

3e schijf

33.715

66.421

40,15

4e schijf

66.421

-

52,00

 

2.2  Minder geneesmiddelen onder 6% btw

Het kabinet wil een nieuwe voorwaarde stellen aan geneesmiddelen die vallen onder het lage btw-tarief van 6%. Een geneesmiddel zal alleen nog onder het verlaagd tarief vallen als daarvoor een handelsvergunning in het kader van de Geneesmiddelenwet is afgegeven. Als de Geneesmiddelenwet stelt dat een handelsvergunning niet verplicht is voor een bepaalde categorie geneesmiddelen, mag de ondernemer ook het verlaagde tarief toepassen op de levering van deze geneesmiddelen.

Let op!

Het begrip ‘geneesmiddel’ is nu nog wat onduidelijk. Sommige producten bevinden zich op de grens van het al dan niet kwalificeren als geneesmiddel, bijvoorbeeld spierbalsem en littekengel. De rechter geeft de inspecteur niet altijd gelijk in deze discussie.

 

2.3  Onderzoek vrijgesteld van Vpb

In verband met de uitbreiding van de vennootschapsbelastingplicht (vpb-plicht) van overheidsbedrijven stelt de wetgever dat voor bepaalde voordelen een objectieve vrijstelling geldt. Dit zijn activiteiten die een organisatie verricht als een academisch ziekenhuis, dat mede het wetenschappelijk geneeskundig onderwijs en onderzoek dient. Maar ook onderwijs en onderzoek, dat hoofdzakelijk op bepaalde wijzen wordt gefinancierd, is objectief vrijgesteld. Daarbij gaat het om een financiering met publieke middelen, wettelijk collegegeld, instellingscollegegeld, lesgelden, buitenlandse bijdragen die vergelijkbaar zijn met deze college- of lesgelden of met bijdragen van algemeen nut beogende instellingen waarvoor geen contractuele tegenprestatie wordt gevraagd.

 

2.4  Documentatieverplichting multinationals

Multinationals zullen te maken krijgen met nieuwe gestandaardiseerde documentatieverplichtingen over de verrekenprijzen die zij hanteren binnen het concern. Daarbij valt te denken aan een landenrapport (‘country-by-country report’), een groepsdossier (‘master file’) en een lokaal dossier (‘local file’). De verplichting tot het opstellen van zo´n rapport geldt voor boekjaren die beginnen op of na 1 januari 2016.

Let op!

Ondernemingen blijven in beginsel vallen onder al bestaande documentatieverplichtingen als hun omzet onder een bepaald bedrag blijft. De hoogte van dit bedrag verschilt per documentatieverplichting. Zo is een landenrapport pas verplicht als de multinationale groep een omzet van € 750 miljoen of meer behaalt.

 

2.5  Step-up bij juridische fusie over de grens

Wie deelneemt aan een grensoverschrijdende juridische fusie of juridische splitsing, moet vanaf 1 januari 2016 rekening houden met een zogeheten step-up bepaling. Deze bepaling houdt grofweg gezegd het volgende in. De aandeelhouders moeten de fiscale waarde van het gestorte kapitaal op de nieuwe aandelen, die zij kregen ter vervanging van de aandelen in het gefuseerde of gesplitste lichaam, stellen op de waarde in het economische verkeer van het vermogen dat door de fusie of splitsing is overgegaan. Zo voorkomt de wetgever dat Nederland een dividendbelastingclaim vestigt op bestaande buitenlandse winstreserves. Deze bepaling treedt niet in werking voor zover het vermogen dat is overgegaan bestaat uit aandelen in een Nederlandse vennootschap.

 

2.6  Vergoeding dochter belast bij moeder

Vergoedingen en betalingen, evenals vervangingen van zulke bedragen, die een moedermaatschappij ontvangt uit een deelneming zullen niet meer vallen onder de deelnemingsvrijstelling of -verrekening als de deelneming deze vergoedingen en betalingen kan aftrekken van haar winstbelasting. Als zulke vergoedingen en betalingen zijn inbegrepen in de prijs van de verworven deelneming, zijn ze ook belast bij de moedermaatschappij als de dochter ze kon aftrekken.

Let op!

De vergoedingen en betalingen die op grond van deze nieuwe regeling niet vallen onder de deelnemingsvrijstelling en –verrekening, vallen evenmin onder de regels van de compartimentering bij een sfeerovergang.

 

2.7  Beperking deelnemingsverrekening

De deelnemingsverrekening wordt uitgesloten voor vergoedingen en betalingen uit een laagbelaste beleggingsdeelneming voor zover zij aftrekbaar zijn voor die deelneming. Voor de deelnemingsverrekening is de werkelijk verschuldigde belasting bij de deelneming niet van belang.

 

2.8  Vaker substance-toets buitenlands ab

Als een buitenlands lichaam een aanmerkelijk belang (minstens 5%) houdt in een Nederlands lichaam, zijn de dividenden en vervreemdingsvoordelen uit dat Nederlandse lichaam onder voorwaarden belast. Deze belastbaarheid doet zich voor als het buitenlandse lichaam het aanmerkelijk belang houdt met als (een van de) voornaamste doel(en) het ontgaan van Nederlandse inkomsten- of dividendbelasting. Nu geldt deze regeling niet als het belang behoort tot het ondernemingsvermogen. Maar vanaf 2016 moet men in alle gevallen toetsen of het belang wordt gehouden met als (een van de) hoofddoel(en) het ontgaan van belastingheffing. Bovendien moet men toetsen of de structuur is opgezet op grond van geldige zakelijke redenen die de economische realiteit weerspiegelen. Bij zakelijkheid is de bepaling niet van toepassing.

Let op!

De zakelijkheid zal worden vastgesteld aan de hand van de zogeheten substance-eisen. Als het buitenlandse lichaam zelf of via een tussenvennootschap een materiële onderneming drijft en het aanmerkelijk belang ook functioneel tot het ondernemingsvermogen is te rekenen, is er niets aan de hand.

 

2.9  Coöperatie houdt dividendbelasting in

In beginsel hoeft een coöperatie alleen dividendbelasting in te houden als zij wordt gebruikt om de heffing van dividendbelasting bij een ander te ontgaan. Nu blijft deze inhoudingsplicht achterwege als de lidmaatschapsrechten behoren tot het ondernemingvermogen, maar dit onderscheid komt te vervallen. De inhoudingsplicht zal echter niet van toepassing zijn als sprake is van een zakelijke situatie. Bijvoorbeeld doordat de coöperatie een zelfstandige en reële economische betekenis heeft.

 

2.10      Implementatie standaardrapportage

De OESO heeft een wereldwijde standaard ontwikkeld voor de identificatie van en rapportage over rekeningen van buitenlandse rekeninghouders. Deze zogeheten Common Reporting Standard (CRS) dient om internationale belastingontduiking en belastingfraude aan te pakken. Op grond van Europese wet- en regelgeving moet Nederland aan haar financiële instellingen dezelfde identificatie en rapportagestandaard opleggen als voortvloeit uit de CRS. Het kabinet zal de regels van de CRS opnemen in de wetgeving met betrekking tot het internationaal verlenen van bijstand bij de heffing van belastingen. Deze regels zullen ook gelden voor de BES-eilanden.

 

2.11      Overheid kan Vpb niet met cv ontlopen

Op basis van rechtspraak drijft een commanditaire vennoot geen onderneming via zijn commanditair belang in een besloten commanditaire vennootschap (cv) als dat belang niet is toe te rekenen aan zijn onderneming. De commanditaire vennoot zou daarom geen vennootschapsbelasting hoeven te betalen. En de besloten cv is zelf evenmin onderworpen aan de vennootschapsbelasting. Om dit belastinglek te dichten zal een voordeel uit het commanditaire belang anders dan als effectenbezit bij de publiekrechtelijke rechtspersoon hoe dan ook worden belast.

Let op!

Deze regeling gaat ook gelden voor andere lichamen die slechts vennootschapsbelastingplichtig zijn voor zover zij een onderneming drijven, zoals stichtingen en verenigingen.

 

2.12      Onbelaste fusie overheidslichamen

Dankzij een voorgestelde wijziging zullen gemeenten, provincies, waterschappen en ministeries kunnen fuseren, splitsen of taken herschikken zonder dat zij daardoor vennootschapsbelasting moeten betalen. De wetgever had dit aanvankelijk van geval tot geval willen regelen, dan wel bij koninklijk besluit. Aangezien regelmatig gemeentelijke samenvoegingen en herschikking van taken van ministeries plaatsvinden, ligt een aanpassing van de Wet op de vennootschapsbelasting 1968 meer voor de hand.

 

2.13      21% btw over kweekvloeistof paddo’s

Eerder dit jaar oordeelde de Hoge Raad dat de levering van kweekvloeistof voor paddo’s onder het verlaagd btw-tarief valt. Door een aantekening toe te voegen aan de tabel met laagbelaste goederen wil de wetgever ervoor zorgen dat pootgoed, land- en tuinbouwzaden onder het normale tarief vallen als deze zijn te gebruiken voor het kweken van planten en schimmels die kwalificeren als verdovende middelen en dergelijke.

 

3        MAATREGELEN VOOR DE WERKGEVER

3.1  Integratie RDA en S&O

Door integratie van de S&O-afdrachtvermindering en de RDA, is er per 2016 een fiscale regeling minder en bestaat de S&O-afdrachtvermindering uit één grondslag voor alle S&O-kosten. Er vindt dan ook een aanpassing plaats in de verschillende voordeelpercentages, het starterspercentage en de grens tussen de eerste en tweede schijf. Het huidige plafond vervalt, waardoor er geen maximum meer is voor de in aanmerking te nemen afdrachtvermindering op de verschuldigde loonbelasting en premie volksverzekeringen. Ter versobering van de geïntegreerde regeling zullen twee soorten werkzaamheden niet langer kwalificeren voor de afdrachtvermindering. 

S&O-afdrachtvermindering

Jaar

2015

2016

 

1e schijf

35%

32%

 

1e schijf starter

50%

40%

 

Grens 1e schijf

€ 250.000

€ 350.000

 

2e schijf

14%

16%

 

Plafond

€ 14 mln

vervallen

 

Tip

De bedragen die onder de huidige RDA-regeling nog niet zijn opgevoerd (nog openstaande S&O-uitgaven), kunnen in de nieuwe regeling worden opgevoerd bij de S&O-aanvraag. Dit moet dan in dezelfde periode gebeuren als op de huidige RDA-beschikking staat, en jaarlijks een evenredig deel.

 

3.2  Inkomensafhankelijke opbouw arbeidskorting

Op grond van het Belastingplan 2015 is voor het jaar 2015 de inkomensafhankelijke afbouw van de arbeidskorting in de tabel bijzondere beloningen verwerkt. Met ingang van 2016 zal dit ook gebeuren met de inkomensafhankelijke opbouw van de arbeidskorting. Voor werknemers met een inkomen tot ongeveer € 20.000 betekent dit dat zij het deel van de arbeidskorting toegekend voor bijzondere beloningen, direct kunnen realiseren in de loonbelasting.

 

3.3  Aanscherping gebruikelijkheidscriterium

Ter verbetering van  de bestrijding van tariefarbitrage wordt het gebruikelijkheidscriterium in de werkkostenregeling aangepast. Het door de werkgever aanwijzen van een vergoeding of verstrekking van een bepaalde omvang als eindheffingsbestanddeel moet gebruikelijk zijn, en niet de omvang van de vergoedingen of verstrekkingen als zodanig. Het moet dus gebruikelijk zijn dat de werkgever de verschuldigde heffingen over de vergoeding of verstrekking via eindheffing voor zijn rekening neemt.

Let op!

Het is bijvoorbeeld niet gebruikelijk dat een werkgever het maandloon, vakantiegeld of een hoge bonus van een werknemer aanwijst als eindheffingsbestanddeel.

 

3.4  Omvorming bestaande premiekortingen specifieke werknemers

Op basis van het wetsvoorstel tegemoetkomingen loondomein komt er voor werkgevers een nieuw systeem met tegemoetkomingen in de vorm van loonkostenvoordelen bij het in dienst nemen van oudere uitkeringsgerechtigden en arbeidsgehandicapte werknemers (LKV’s). Dit zou in werking moeten treden op 1 januari 2018. Daarnaast regelt dit voorstel de invoering van een loonkostenvoordeel voor werkgevers die werknemers in dienst hebben met een relatief laag loon (LIV’s) per 1 januari 2017. Het moet dan gaan om substantiële banen van ten minste 1248 uur op jaarbasis.

 

Huidige en nieuwe tegemoetkomingen

Doelgroep

Huidige premiekorting

Nieuwe
maximum tegemoetkoming

100 – 110% WML (LIV)

-

€ 2.000

110 – 120%
WML (LIV)

-

€ 1.000

Ouderen 56+

€ 7.000

€ 6.000

Arbeidsgehandicapten

€ 7.000

€ 6.000

Banenafspraak

divers

€ 2.000

 

Tip

In het overgangsjaar (2017) zal samenloop tussen de huidige premiekortingen en het LIV mogelijk zijn. In 2017 kan de werkgever beide tegemoetkomingen ontvangen voor een werknemer die kwalificeert voor een premiekorting en het LIV.

 

4        MAATREGELEN VOOR DE AUTO

4.1  Einde optie jaar-mrb ineens te betalen

Vanaf 1 juli 2016 zal het niet meer mogelijk zijn om de motorrijtuigenbelasting (mrb) voor een heel jaar in één keer te betalen. Deze mogelijkheid tot jaarbetaling is een uitzondering op het standaardproces. Vanaf 1 juli 2016 zal men per tijdvak van drie maanden vooruit kunnen betalen. Ook is en blijft het mogelijk om de mrb maandelijks te laten afschrijven.

Let op!

Deze wijziging heeft geen gevolgen voor gedane jaarbetalingen tot en met 30 juni 2016. Jaarbetalingen die tot en met 30 juni 2016 zijn gedaan, blijven geldig voor de resterende duur van de betaalde periode.

 

4.2  Minder opcenten voor buitenlander

Buitenlandse houders van een auto of ander motorrijtuig worden op grond van de Provinciewet geacht te wonen in de provincie die de hoogste provinciale opcenten heeft als zij zijn onderworpen aan de mrb. De rechter heeft deze bepaling dit jaar onverbindend verklaard omdat zij in strijd is met het Europees recht. Daarom wordt de Provinciewet zo aangepast, dat buitenlandse mrb-plichtigen worden geacht te wonen in de provincie die het laagste aantal opcenten heeft.

 

5        MAATREGELEN VOOR DE EIGEN WONING

5.1  Vereenvoudiging informatieplicht eigenwoningschuld

Belastingplichtigen die hun hypotheekschuld niet bij de bank of een andere aangewezen administratieplichtige hebben ondergebracht,  hoeven vanaf 2016 geen apart formulier meer in te vullen. Er wordt in de aangifte naar gevraagd. Het aangifteproces wordt verder vergemakkelijkt door de eerder opgegeven gegevens voor in te vullen in de aangifte van het jaar erop.

 

5.2  Aflossingseis wordt verzacht

Belastingplichtigen moeten sinds 1 januari 2013 annuïtair aflossen op hun eigenwoningschuld. In bepaalde gevallen, zoals betalingsachterstanden of onbedoelde fouten mag worden afgeweken. Maar indien die aflossingsachterstand niet op tijd wordt ingehaald gaat de schuld over naar box 3 en kwalificeert definitief niet meer als eigenwoningschuld. Met terugwerkende kracht tot 1 januari 2013 wordt die aflossingseis verzacht. Als de bestaande of nieuwe schuld weer aan de eisen voldoet is hij weer aan te merken als eigenwoningschuld. 

 

5.3  Wijziging vrijstelling polis eigen woning I

Voor de zogenoemde Brede Herwaarderingspolis, kapitaalverzekering eigen woning (KEW) , spaarrekening eigen woning (SEW), en beleggingsrecht eigen woning (BEW) geldt een vrijstelling per belastingplichtige. Om bij fiscaal partnerschap een dubbele vrijstelling te benutten moesten beide partners als begunstigde in de polis opgenomen zijn. Dat bleek vaak niet het geval. Om de vrijstelling gemakkelijker te kunnen benutten is dat met ingang van 1 januari 2016 mogelijk met een verzoek bij het indienen van de aangifte.

Tip

Ook voor gevallen vóór 1 januari 2016 kan een verzoek ingediend worden. Dit wordt per besluit geregeld.

 

5.4  Wijziging vrijstelling polis eigen woning II

De zogenoemde  imputatieregeling die bedoeld is om – ongeacht het aantal uitkeringen – een maximale vrijstelling voor een Brede Herwaarderingspolis toe te passen,  is aangepast om een lek te repareren waardoor in bepaalde gevallen bij een SEW en een BEW een vrijstelling is te benutten zonder dat dit in aftrek kwam op de maximale vrijstelling.

 

5.5  Rekening houden met tegengestelde belangen WOZ waarde

De WOZ waarde wordt in steeds meer regelingen als uitgangspunt genomen. Hierdoor krijgen ook anderen belang bij de WOZ waarde, dan degene die de beschikking ontvangt. Een voorbeeld daarvan is de aanpassing het woningwaarderingsstelsel waardoor de maximale huurprijs mede bepaald wordt door de WOZ waarde van de woning. De wet WOZ wordt zo gewijzigd dat bij een bezwaar rekening gehouden wordt met belangen van huurder en verhuurder.

 

6        MAATREGELEN VOOR FINANCIËLE PLANNING

6.1  Conserverende aanslag bij emigratie blijft onbeperkt openstaan

Wie minstens 5% van de aandelen heeft in een vennootschap, krijgt bij emigratie een conserverende aanslag over de waardegroei van het aanmerkelijk belang in de periode dat hij in Nederland woonde. Onder de huidige regeling moet de emigrant de aanslag onder meer voldoen bij vervreemding van de aandelen of uitkering van minimaal 90% van alle winstreserves door de vennootschap waarin het aanmerkelijk belang wordt gehouden. Anders dan nu, wordt de conserverende aanslag niet meer kwijtgescholden na tien jaar verblijf in het buitenland. De aanslag blijft vanaf 2016 voor onbepaalde tijd openstaan. Daarnaast moet bij iedere winstuitkering naar rato belasting worden betaald. De voorgestelde maatregelen gaan met terugwerkende kracht gelden vanaf de publicatie van het Belastingplan op Prinsjesdag 2015.

Let op!

Bovenstaande maatregelen zijn ook van toepassing in andere gevallen waarbij een conserverende aanslag over inkomen uit aanmerkelijk belang wordt opgelegd. Denk aan een schenking of vererving van aanmerkelijkbelangaandelen aan een natuurlijk persoon die niet in Nederland woont.

 

6.2  Stiefkind jonger dan 27 jaar kwalificeert niet als partner

Een kind jonger dan 27 jaar kan niet kwalificeren als partner van zijn vader of moeder. Deze uitzondering geldt niet voor stiefkinderen jonger dan 27 jaar, omdat de uitzondering uitsluitend geldt voor bloedverwantschap. Om bloed- en aanverwanten in het partnerbegrip hetzelfde te behandelen wordt in de wet opgenomen dat de aanverwant in de eerste graad van de belastingplichtige op verzoek niet als partner kwalificeert, tenzij beiden bij aanvang van het kalenderjaar de leeftijd van 27 jaar hebben bereikt.

 

6.3  Nog een uitzondering op partnerbegrip 

Ook twee personen die worden gehuisvest in een opvanghuis met een kind van een van beiden, worden niet langer als partner aangemerkt voor de toeslagen én de inkomstenbelasting. Er wordt op dit punt een uitzondering gemaakt op het partnerbegrip, omdat het een groep kwetsbare personen betreft die geen zeggenschap heeft over de specifieke woning waarin zij worden geplaatst.

 

6.4  Erfpachtleaseconstructie wordt minder aantrekkelijk 

In de praktijk wordt als financieringsstructuur of voor de vervreemding van beleggingsvastgoed vaak gebruik gemaakt van de zogenoemde erfpachtlease in plaats van een ‘sale-and-leaseback’. Voor de overdrachtsbelasting kan namelijk, door het gebruik van de rechtsfiguur erfpachtlease, heffing worden vermeden die bij een ‘sale-and-leaseback’ wel verschuldigd zou zijn. Deze economische vergelijkbare gevallen worden voortaan fiscaal gelijk behandeld. Het is dan ook niet meer mogelijk om de grondslag waarover in geval van verkoop met gelijktijdige vestiging van een erfdienstbaarheid, een recht van erfpacht of een recht van opstal te verminderen met de gekapitaliseerde waarde van de erfpacht canon of retributie.

 

6.5  Afkoop lijfrente zonder toepassing minimumwaarderingsregel

Bij afkoop van een lijfrente in de opbouwfase wordt uitgegaan van de minimumwaarderingsregel. De voor de belastingheffing in box 1 in aanmerking te nemen waarde wordt dan minimaal gesteld op het totaal van de eerder voor de aanspraak betaalde premies en andere bedragen. Wanneer de waarde van de lijfrente aanzienlijk lager is dan het bedrag van de in aftrek gebrachte premies, kan de verschuldigde belasting het door de verzekering uitgekeerde bedrag overstijgen. Om die reden wordt vanaf 1 januari 2016 ook in de inkomstenbelasting niet langer gewerkt met de minimumwaarderingsregel.

Let op!

In gevallen waar de termijn voor ambtshalve vermindering nog niet is verlopen, kan vooruitlopend op de aanpassing van de wet, een tegemoetkoming worden verleend voor afkopen die zijn gedaan vóór 1 januari 2016.

 

6.6  Uitgaven buitenlandse monumentenpanden aftrekbaar  

Met ingang van 1 januari 2016 is ook aftrek van uitgaven voor monumentenpanden toegestaan voor monumentenpanden die op het grondgebied van een andere EU-lidstaat of EER-staat is gelegen. Hierbij geldt onder meer de eis dat het monumentenpand een element vormt van het Nederlands cultureel erfgoed.

 

6.7  Tot € 100.000 belastingvrij schenken voor de eigen woning

De vrijstelling voor eenmalige schenkingen − van ouders aan kinderen tussen 18 en 40 jaar − voor de eigen woning wordt definitief verhoogd en verruimd. Vanaf 1 januari 2017 mag iedereen tussen 18 en 40 jaar eenmalig maximaal € 100.000 vrij van schenkbelasting geschonken krijgen, zowel door een familielid als door een derde.

Let op!

In 2016 geldt nog steeds een eenmalige verhoogde vrijstelling voor schenkingen van ouders aan kinderen tussen 18 en 40 jaar voor de eigen woning. Wel stijgt deze vrijstelling in 2016 van € 52.000 naar € 53.016. 

 

6.8  Kinderalimentatieverplichting uitgezonderd van box 3 

Met de invoering van de Wet hervorming kindregelingen (WHK) is de aftrek van uitgaven voor levensonderhoud van kinderen per 1 januari 2015 komen te vervallen. Als gevolg hiervan valt een kinderalimentatieverplichting niet langer onder de uitsluiting in box 3 van verplichtingen, die kunnen leiden tot uitgaven die geclaimd kunnen worden als persoonsgebonden aftrekpost. Hierdoor wordt het recht op kinderalimentatie niet, maar de verplichting wel in aanmerking genomen. Daarom zijn verplichtingen aan bloed- of aanverwanten in de rechte lijn of in de tweede graad van de zijlijn die rechtstreeks uit het familierecht voortvloeien vanaf 2017 uitgezonderd van box 3.

 

6.9  Vanaf 2017 nieuwe heffingssystematiek in  box 3

Onder de huidige regeling wordt de belasting in box 3 van de inkomstenbelasting met een vast forfaitair rendement van 4%. Vanaf 2017 wordt het forfaitaire rendement gebaseerd op de gemiddelde verdeling van het box 3-vermogen over spaargeld en beleggingen (de vermogensmix) in combinatie met een in het verleden in de markt gerealiseerd rendement op beide componenten. Het vermogen van elke belastingplichtige wordt verdeeld over drie schijven. Per schijf geldt een gemiddelde vermogensmix die gebaseerd is op de feitelijke gegevens uit alle belastingaangiften over het kalenderjaar 2012. De vermogensmix zal achteraf worden geëvalueerd om te beoordelen of deze nog aansluit bij de realiteit of aanpassing behoeft. Vervolgens wordt op basis van werkelijk gerealiseerde marktrendementen in het verleden een gemiddeld rendement toegerekend aan het spaardeel (1,63%) en het beleggingsdeel (5,5%) in de vermogensmix. Na vermenigvuldiging met het tarief van 30 komt men uit op het te betalen belasting in box 3.

Let op!

Voor buitenlandse belastingplichtigen met een bepaald box 3-vermogen in Nederland zal hetzelfde forfaitaire rendement worden toegepast als voor binnenlandse belastingplichtigen met een even groot box 3-vermogen.

 

6.10      Raming forfaitaire rendement in 2017

In onderstaande tabel ziet u het forfaitaire rendement per schijf (marginaal en per persoon) conform de raming in 2017

Schijf

Box 3 vermogen (€)

Rendement

1e

0 – 100.000

2,9%1

2e

100.000 – 1 mil.

4,7%2

3e

1 mil. of meer

5,5%3

 

1) 67% x 1,63% + 33% x 5,5%

2) 21% x 1,63% + 79% x 5,5%

3) 0% x 1,63% + 100% x 5,5%

 

6.11      Heffingvrije vermogen stijgt naar € 25.000

Het heffingvrije vermogen van € 21.330 (bedrag in 2015) gaat met ingang van 1 januari 2017 omhoog naar € 25.000 per persoon. Fiscale partners mogen net als nu kiezen hoe zij het gezamenlijke box 3-vermogen na aftrek van tweemaal het heffingvrije vermogen van € 25.000 (in 2017), onderling verdelen. Als geen keuze kan worden gemaakt, wordt bij beide partners automatisch de helft van de grondslag in aanmerking genomen. Anders dan nu, kan de verdeling van de grondslag vanaf 2017 wel invloed hebben op de belastingdruk in box 3, namelijk wanneer een schijfgrens wordt overschreden.

 

Let op!

Een 50:50-toerekening is altijd voordelig voor de belastingdruk in box 3 als partners met de gezamenlijke grondslag sparen en beleggen een schijfgrens overschrijden.

 

Overzicht heffingskortingen 2016

Heffingskortingen

2015 (€)

2016 (€)

Algemene heffingskorting maximaal < AOW-leeftijd

2.203

2.230

Algemene heffingskorting maximaal > AOW-leeftijd

1.123

 1.139

Afbouwpercentage algemene heffingskorting

2,32%

4,796%

 

Algemene heffingskorting minimaal < AOW-leeftijd

1.342

0

Algemene heffingskorting minimaal > AOW-leeftijd

685

0

Arbeidskorting max.

2.220

3.103

Afbouwpercentage arbeidskorting

4%

4%

Arbeidskorting min.

184

0

Werkbonus max.

1.119

1.119

Inkomensafhankelijke combinatiekorting max.

2.152

2.769

Jonggehandicaptenkorting

715

719

Ouderenkorting

1.042 / 152

1.187/70

Alleenstaande ouderenkorting

433

436

 

7        MAATREGELEN VOOR FISCAAL PROCESRECHT

7.1  Vereenvoudiging massaal bezwaar

De massaal bezwaarprocedure wordt eenvoudiger en doeltreffender gemaakt zodat deze vaker benut zal worden.  De procedure wordt sneller doordat de Tweede Kamer alleen nog wordt geïnformeerd. Publicatie en de invoering van een bezwaarformulier of webmodule maken het eenvoudiger bezwaar in te dienen.  De massaal bezwaarprocedure kan nog sneller worden doorlopen door een prejudiciële vraag te stellen.  Ongeacht hoe de rechtsvraag wordt beantwoord doet de inspecteur collectief uitspraak op bezwaar. Belastingplichtigen kunnen niet meer om een individuele uitspraak vragen.

 

Let op!

Heeft een belastingplichtige ook op andere punten bezwaar gemaakt dan worden die direct individueel afgehandeld.

 

7.2  Prejudiciële vraag

Een fiscale prejudiciële procedure word ingevoerd. De belastingrechter kan op verzoek van een partij of ambtshalve een rechtsvraag gaan voorleggen aan de Hoge Raad ter beantwoording bij wijze van prejudiciële beslissing. De rechtsvraag moet potentieel in een groot aantal vergelijkbare zaken kunnen spelen. De belastingrechter kan andere lopende procedures, waarbij dezelfde rechtsvraag speelt,  in afwachting van het antwoord aanhouden.  De Hoge Raad beslist of de vraag zich inderdaad voor een prejudiciële beslissing leent.

 

Tip

Andere belanghebbenden of deskundigen kunnen, desgevraagd, hun mening toelichten over de rechtsvraag.

 

7.3  Experimenten

De Belastingdienst zet steeds meer ICT in om de dienstverlening en controle te vereenvoudigingen. Experimenteren met heffen èn betalen zonder dat een voorafgaande aanslag of boete is opgelegd en verruiming van de mogelijkheden voor verrekenen moet helpen de dienstverlening eenvoudiger te maken.

Tip

De belastingschuldige hoeft niet mee te doen aan een experiment. Hij moet ermee instemmen.

 

7.4  Schorsende werking hoger beroep bij toeslagen

Voor toeslagen is momenteel geen schorsende werking van hoger beroep, waar dit voor sociale zekerheid en belastingrecht wel zo is. Dit heeft tot gevolg dat de Belastingdienst vaak moet uitbetalen en later weer terugvorderen met alle problemen van dien. Ter vereenvoudiging van de uitvoering wordt de schorsende werking van hoger beroep nu ingevoerd. 

 

7.5  Lijfsdwang

De ontvanger krijgt de mogelijkheid lijfsdwang ook toe te passen bij civiele schadevordering op grond van onrechtmatige daad ter inning van een belastingschuld. Dat is nu alleen mogelijk voor de invordering van belastingschulden. De lijfsdwang kan bovendien toegepast worden bij iemand die feitelijk beleidsbepalend is maar geen bestuurder.

 

7.6  Aanscherping disculpatiemogelijkheid

Voor verkopers van vennootschappen die (latente) belastingclaims voor herinvesteringsreservers en stille reserves bevatten, wordt de disculpatiemogelijkheid beperkt. Indien de herinvesteringreserve of stille reserve binnen zes maanden wordt vervreemd ligt het aansprakelijkheidsrisico voortaan bij de verkoper van de aandelen. Die zal dat risico moeten uitsluiten door zekerheden van de koper te vragen.

 

8        OVERIGE MAATREGELEN

8.1  Fictie exportregeling afvalstoffenbelasting

Per 1 juli 2015 wordt ook afvalstoffenbelasting geheven voor het verkrijgen van toestemming om de afvalstoffen buiten Nederland te brengen en daar te laten verbranden. De Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) verleent hiertoe toestemming bij beschikking. Op basis van de nieuwe fictie heeft de door ILT verleende toestemming voor het volledige vermelde gewicht betrekking op afvalstoffen die in het buitenland worden verbrand. Dit is alleen anders als dat uit de beschikking blijkt. Voor alle partijen is daardoor bij afgifte van de beschikking duidelijk hoeveel belasting verschuldigd is bij het aflopen van de beschikking.

 

8.2  Verlaging tarief energiebelasting

Het tarief in de energiebelasting voor lokaal duurzaam opgewekte elektriciteit wordt verder verlaagd. Per 1 januari 2016 wordt de tariefsverlaging aangepast van 7,5 cent per kWh naar 9,0 cent per kWh.

Tip

De tariefsverlaging naar 9,0 cent per kWh geldt voor coöperaties die de inspecteur vanaf 1 januari 2016 aanwijst, en ook voor coöperaties die al voor die datum zijn aangewezen.

 

8.3  Teruggaafregeling voor aardgas

Voor aardgas dat is geleverd voor gebruik als brandstof voor vaartuigen op communautaire wateren, waaronder de visserij, wordt een teruggaafregeling voorgesteld. Het gaat dan om alle wateren die toegankelijk zijn voor alle voor de commerciële zeescheepvaart geschikte zeeschepen, dus niet de binnenwateren.

Let op!

Pleziervaartuigen kunnen geen gebruik maken van de teruggaafregeling.

 

8.4  Verhoging verbruiksbelasting alcoholvrij

Ten aanzien van de verbruiksbelasting van alcoholvrije dranken wordt een tariefverhoging en een aantal vereenvoudigingen voorgesteld. De twee huidige tarieven worden geüniformeerd en verhoogd € 7,91 per 100 liter. Het laagste tarief van de bieraccijns wordt daaraan gelijkgesteld. Daarnaast vervalt het onderscheid in huishoudelijk en niet huishoudelijk gebruik voor de berekening van de verbruiksbelasting voor onder andere siropen en poeders. Tot slot worden de vrijstellingen voor vruchten- en groentesappen in specifieke gevallen afgeschaft.

 

8.5  Herintroductie vrijstelling kolenbelasting

Op 1 januari 2013 werd de vrijstelling van kolenbelasting voor kolen gebruikt voor elektriciteitsproductie afgeschaft. Het kabinet wil deze vrijstelling nu herinvoeren. De vrijstelling geldt dan voor alle installaties waarin door middel van kolen elektriciteit wordt opgewekt. Vanwege de afspraak om de meest vervuilende elektriciteitsproductie af te bouwen, moeten grote stookinstallaties op grond van een voorgenomen wijziging van het Activiteitenbesluit milieubeheer vanaf 1 januari 2016 voldoen aan een minimum rendementseis van 38% (en vanaf 1 juli 2017 40%). Kolencentrales die hier niet aan voldoen, moeten sluiten.

 

8.6  Vrijstelling uitkeringen artikel 2-fonds

Het kabinet gaat uitkeringen uit het artikel 2-fonds vrijstellen van belasting, waardoor bepaalde negatieve gevolgen voor ontvangers niet meer optreden. Het fonds betreft een compensatieregeling voor bepaalde Joodse oorlogsslachtoffers. Het gaat om ongeveer 2500 gerechtigden die een uitkering van € 320 per maand ontvangen.