social

social

social

social

social

Schiphol Amsterdam Airport
Le Carré B, 4de etage
Beechavenue 174
1119 PS Schiphol
T +31 (0) 20 3080 580

Den Haag
Park de Wervelaan 13
2283 TN Rijswijk
T +31 (0) 70 2156 300

E info@blueclue.nl

Laatste Nieuws

Luister naar Ton Krol bij BNR over heffingvrij vermogen

04-10-2017 – Vanochtend gaf Ton Krol commentaar op het voornemen van de kabinetsformatie om het heffingvrij vermogen voor Box 3 te … Lees verder...

Ton Krol op 4/10 om 9:30 uur bij BNR Nieuwsradio

04-10-2017 – Vandaag 4 oktober 2017 om 9:30 uur zal Ton Krol bij Meindert Schut, BNR Nieuwsradio commentaar geven op het bericht van … Lees verder...

€ 2.500 subsidie op internationaal belastingadvies

25-10-2016 – Ondernemingen die internationaal willen gaan ondernemen of hun positie op een buitenlandse markt willen verbeteren, … Lees verder...


Is rente-correctie onzakelijke lening belast?

Actueel nieuws van Blue Clue

Is de rente-correctie voor onzakelijke renteloze lening belast?

Een BV verstrekte renteloze leningen aan een dochter- en een kleindochtermaatschappij. De inspecteur corrigeerde wel de rente, maar stond afwaardering van de lening en de gecorrigeerde rente niet toe. Hof Amsterdam bevestigde het standpunt van de inspecteur. De Hoge Raad bevestigt dat de afwaardering van een onzakelijke lening niet aftrekbaar is van de winst, maar verwijst de zaak terug naar Hof 's-Gravenhage om te onderzoeken of de dochtermaatschappijen de rente wel zouden hebben kunnen betalen als ze deze verschuldigd zouden zijn geweest.

Samenvatting

Indien binnen concernverband een renteloze lening wordt verstrekt, moet de winst van de debiteur en de crediteur zodanig worden aangepast dat rekening wordt gehouden met een op zakelijke wijze vastgestelde rente. Op die manier wordt het resultaat van de betrokken vennootschappen geschoond van het rentevoordeel voor de debiteur.

Een lening tussen gelieerde partijen is onzakelijk als de condities van de lening dusdanig zijn dat een onafhankelijke derde de lening niet tegen deze condities zou willen verstrekken.

Hof Amsterdam stelde vast dat een BV die renteloze leningen aan een dochter- en een kleindochtermaatschappij had verstrekt, een zodanig debiteurenrisico liep, dat het niet kon worden gecompenseerd met een risico-opslag op de rente. Er waren geen zekerheden gesteld en er was geen aflossingsschema opgesteld. De leningen waren daarom onzakelijk. Gevolg was dat de BV de leningen niet ten laste van haar winst mocht afwaarderen.

De inspecteur had de renteloosheid gecorrigeerd door rente te imputeren, waarover de BV belasting verschuldigd was. 

De Hoge Raad oordeelde dat de rentevordering ontstaat nadat de rentetermijn verschuldigd is geworden. Eerst moet de rente tot de winst worden gerekend en vervolgens gaat het debiteurenrisico op de rentevordering naar de (onbelaste) kapitaalsfeer. Op dat moment moet de waarde in het economische verkeer van de rentevordering worden bepaald. Voor dat bedrag wordt de rente in de winstberekening betrokken. Ondanks het feit dat een renteloze lening onzakelijk is, moet in beginsel toch een rentecorrectie plaatsvinden. Die correctie kan echter niet hoger zijn dan het bedrag dat een normale rentedragende lening zou zijn ontvangen. Op die manier wordt zoveel mogelijk gelijkheid gerealiseerd tussen een renteloze lening en een lening waarbij een zakelijke rente is overeengekomen.

Met andere woorden: als de dochtermaatschappijen de rente voor een normale zakelijke lening niet zouden kunnen hebben betalen dan dient de rente-correctie voor een onzakelijke renteloze lening achterwege te blijven.

De Hoge Raad heeft de uitspraak van Hof Amsterdam vernietigd en terugverwezen, omdat het hof niet heeft gedacht aan de mogelijkheid dat, indien rente verschuldigd zou zijn geweest, deze zo goed als zeker niet zou zijn betaald.

Belang voor de praktijk?

Als een lening als onzakelijk kwalificeert, loop je niet alleen het risico dat een afwaardering niet aftrekbaar is van de winst, maar ook dat je belasting betaalt over rente die je niet ontvangt en de betalende groepsmaatschappij niet aftrekt. Zaak dus om de voorwaarden van financieringen die onzakelijk zouden kunnen zijn zodanig aan te passen dat ze duidelijk kwalificeren als lening dan wel als kapitaal.   

Bron 

LJN BW6552, Hoge Raad, 11/02248